Inclusief taalaanbod in musea voor dove en slechthorende bezoekers

Om de meest optimale leeservaring te creëren, werken we met aanklikbare titels. Klik op de titels en kom meer te weten.

Niet alle dove en slechthorende bezoekers zijn hetzelfde. Velen gebruiken hoorhulpmiddelen zoals cochleaire implantaten en hoorapparaten. Het effect van die hoorhulpmiddelen verschilt sterk van persoon tot persoon en hangt af van de omstandigheden. Zij kunnen Nederlands als voorkeurstaal hebben en de manier waarop ze die taal gebruiken – gesproken of geschreven – verschilt per persoon en per situatie. Sommigen beheersen ook VGT, in meer of mindere mate. 

Anderen groeien op met Vlaamse Gebarentaal (VGT) als eerste en voorkeurstaal. VGT is een volwaardige taal met een eigen grammatica en woordenschat. Voor deze mensen is VGT méér dan communicatie: het is (een deel van) hun identiteit. Sinds 2006 is VGT officieel erkend als taal van de Vlaamse dovengemeenschap. Het gebruik en de taalvaardigheid binnen deze cultureel-linguïstische minderheidsgroep verschilt sterk.

VGT-talige dove en slechthorende mensen zijn meestal meertalig. Ze communiceren zowel in VGT als in het Nederlands, in gesproken en/of geschreven vorm, afhankelijk van de situatie en hun persoonlijke voorkeur. 

Een subgroep bestaat uit doofblinde mensen. Zij zijn slechthorend of doof en ook slechtziend of blind.

Tip:

Kom je graag meer te weten over wat het betekent om doof of slechthorend te zijn, over de leefwereld, noden en drempels van dove en slechthorende mensen? Doof Vlaanderen vertelt er graag meer over. Bekijk hier het vormingsaanbod. 

Of volg je met je team graag een workshop VGT bij het VGTC? Die vraag je hier aan. 
Voor meer informatie over doofblinde mensen verwijzen we graag door naar Anna Timmerman vzw en doofblind.be om een volledig beeld te krijgen van de diversiteit en noden binnen deze doofblinde gemeenschap.

Musea zetten vandaag al stappen richting inclusie. Maar echte toegang tot informatie betekent: iedereen kan dezelfde informatie krijgen, via de taal die bij hen past of (op dat moment) hun voorkeur heeft

Dus: geen one size fits all, maar keuzemogelijkheden zoals: 

  • Gebarentaal
    • Vlaamse Gebarentaal (VGT) in Vlaanderen en Brussel
    • Frans-Belgische Gebarentaal (LSFB) in Wallonië en Brussel
    • Eventueel International Sign (IS) voor buitenlandse bezoekers (hieronder vind je meer over IS). 
  • Gesproken en/of geschreven Nederlands (en andere gesproken/geschreven talen)
  • Ondersteunende visuele communicatie 

Keuzevrijheid is hier het belangrijkste principe.

Voor een groep dove en slechthorende mensen is Vlaamse Gebarentaal (VGT) de meest natuurlijke en comfortabele taal. Voor sommigen van hen is Vlaamse Gebarentaal hun eerste taal, terwijl ze het Nederlands vaak als tweede taal verwerven. Het gebruik van en de vaardigheid in het Nederlands kunnen daarom sterk van persoon tot persoon verschillen. 

Cultuurbeleving in Vlaamse Gebarentaal sluit daarom vaak het beste aan bij de voorkeurstaal en identiteit van deze groep. Daarom is het essentieel dat museale inhoud óók in VGT beschikbaar is. Dat kan op verschillende manieren, elk met eigen voor- en nadelen en aandachtspunten.

Rondleidingen in Vlaamse Gebarentaal door dove gidsen

Een vaak gehoorde reflex:

“Dan schakelen we toch een doventolk* in?”

*Gebruik het woord “doventolk” liever niet meer. Het impliceert dat een tolk Vlaamse Gebarentaal-Nederlands er enkel voor dove mensen is. Maar horende mensen die geen Vlaamse Gebarentaal (VGT) kennen, hebben de tolk net zo goed nodig om met hun dove gesprekspartner te kunnen communiceren. Zoals je ook over een tolk Spaans-Nederlands spreekt, spreek je van een tolk VGT-Nederlands. 
Laat je ook niet verwarren door de term ‘dove tolk’ die wel correct is. Dat is een dove persoon die tolkt naar de eigen moedertaal en/of eerste taal, de Vlaamse Gebarentaal. Daardoor is het taalgebruik voor dove gebarentaligen gemakkelijker te begrijpen. Hiervind je daarover meer informatie. 

Maar: als musea rondleidingen in het Engels, Russisch of Spaans aanbieden, is dat toch meestal rechtstreeks in de doeltaal, zonder tolk. Waarom zou dat bij Vlaamse Gebarentaal (VGT) anders moeten zijn? Als museum kan je kiezen voor een uitbreiding van het talenaanbod met een dove gebarentalige gids, die: 

  • Rechtstreeks en vlot communiceert met bezoekers
  • Inspeelt op het kijkgedrag van de bezoekers zodat geen inhoud verloren gaat (want tegelijkertijd kijken naar de VGT en naar objecten is niet mogelijk) 
  • Uitleg afstemt op interesses en voorkennis
  • Ruimte laat voor vragen, interactie en spontaniteit 
  • Het gevoel van ‘samen beleven in eigen taal’ versterkt 

Een heleboel van deze voordelen vallen weg wanneer een horende gids samen met een tolk Vlaamse Gebarentaal-Nederlands op pad gaat. 

Hou er rekening mee dat: 

  • Bezoekers erg afhankelijk zijn van de data waarop de instaprondleidingen worden georganiseerd. Gelukkig bieden groepsrondleidingen op aanvraag meer flexibiliteit. 
  • Niet iedereen zo’n groepsactiviteit kan of wil volgen. 
Videomateriaal in Vlaamse Gebarentaal

Ook video’s in VGT zijn een optie. Op die manier is informatie altijd en overal beschikbaar. Ze bieden bezoekers meer autonomie: ze kunnen het museum op een zelfgekozen tijdstip bezoeken en de informatie op hun eigen tempo volgen. Ze bepalen zelf hun traject en selecteren de info die hen boeit. Vergeet zeker geen ondertiteling toe te voegen. Op die manier kan je deze videogids zelfs gebruiken voor niet-gebarentalige bezoekers, al dan niet met extra toevoeging van audio. 

Hou er rekening mee dat:

  • De bezoeker geen directe interactie kan hebben of vragen kan stellen 
  • Inhoud niet is afgestemd op individuele voorkennis 
  • Kwaliteit van vertaling cruciaal is: werk daarom met professionele dove vertalers, zodat de taal natuurlijk, helder en herkenbaar is
  • Er diversiteit is in culturele achtergrond: sommige dove bezoekers kregen weinig cultuuronderwijs en hebben soms extra info en kadering nodig

Hoe toon je de video’s? 

  1. Videogids op museumtoestel
    • museum moet investeren in materiaal  
  2. Via app op smartphone van de bezoeker: vb. ErfgoedApp of eigen museumapp, eventueel in combinatie met QR-codes en beacons
    • mogelijk goedkoper voor het museum, maar vraagt wat meer inzet van de bezoeker (batterijverbruik, installeren app (goede wifiverbinding nodig!),…)
  3. Schermen in het museum
    • geen gedoe met toestellen, bieden directe zichtbaarheid en zijn eenvoudig te gebruiken – al is het belangrijk te waken over het aantal schermen en de plaatsing om een rustige beleving te behouden
Keuzestress?

De beste aanpak? Combineer! Geef bezoekers de keuze: live gids én video’s in VGT. Dát is precies waar inclusie om draait.

Duidelijke geschreven informatie in het Nederlands blijft een must. Die is belangrijk voor:  

  • Dove en slechthorende mensen die Nederlands als (een) voorkeurstaal gebruiken, maar niet altijd een audiogids of gesproken rondleiding kunnen of willen volgen. 
  • Dove en slechthorende bezoekers die geschreven informatie in het Engels, Frans, Duits,… niet vlot kunnen begrijpen. 
  • Bezoekers met VGT als voorkeurstaal, die graag info nalezen of extra info zoeken. 

Zorg dus voor: 

  • Duidelijke, toegankelijke teksten zonder te veel jargon, naast het reguliere aanbod. Dove en slechthorende bezoekers variëren sterk in taalniveau en vertrouwdheid met vaktaal. Dit extra aanbod maakt een wereld van verschil voor bezoekers met een lager leesniveau en het zorgt ervoor dat de teksten voor iédereen begrijpelijk zijn.
  • Volledige ondertiteling van audio- en videomateriaal, mét geluidsbeschrijvingen. Deze is liefst beschikbaar in het Nederlands, ook als de brontaal dat niet is. Niet iedereen beheerst vreemde talen even vlot.  
  • Informatie op bordjes, folders of schermen 

Hebben bezoekers een voorkeur voor een museumbeleving in gesproken Nederlands (of andere gesproken talen)? Dan is een goede verstaanbaarheid en auditieve toegang tot informatie een aandachtspunt. Beperkt achtergrondruis, een goede akoestiek en hoorondersteuning (gesproken inhoud kan aangeboden worden via een applicatie, waarmee dove en slechthorende bezoekers via Bluetooth verbinding kunnen maken met hun hoorhulpmiddelen) kunnen voor hen een verschil maken. Voor informatie en advies hierover kan je terecht bij Ahosa, dat zich inzet voor toegankelijke gesproken communicatie voor dove en slechthorende mensen. 

Musea met een groot internationaal publiek, kunnen overwegen om ook informatie in International Sign (IS) aan te bieden, aangezien een deel van de dove buitenlandse bezoekers een gebarentaal als voorkeurstaal heeft.

Let op: niet iedereen beheerst International Sign op hetzelfde niveau, en over de status ervan als ‘taal’ bestaat discussie. Toch kan het zeker een waardevolle aanvulling zijn om gidsbeurten en videomateriaal in International Sign aan te bieden.

Ook geschreven informatie in andere talen (zoals Engels of Frans) kan de toegang tot informatie vergroten voor dove en slechthorende internationale bezoekers of voor bezoekers met een andere taalachtergrond.

Een museumbezoeker is niet alleen op zoek naar informatie, maar ook sfeer en beleving spelen een grote rol. Bezoekers voelen zich pas écht welkom als ze merken dat inclusie gedragen wordt door het hele team.

Inclusieve communicatie met museummedewerkers 

Personeel hoeft niet vlot VGT te kunnen om onthaalvriendelijk te zijn. Met eenvoudige technieken kom je erachter hoe de bezoeker liefst wil communiceren: 

  • Gebruik eenvoudige gestures of gebaren uit VGT
  • Wijs aan 
  • Gebruik mimiek en lichaamstaal
  • Schrijf op (via scherm of pen en papier) 
  • Wanneer de bezoeker gesproken communicatie verkiest: spreek rustig met duidelijk mondbeeld 
  • Wees geduldig, neem de tijd en herhaal indien nodig 
  • Verwijs naar ondertitelde video’s in VGT en/of IS met de nodige praktische en inhoudelijke informatie. Door deze video’s ook op de website te plaatsen, ervaart de bezoeker vooraf al een welkom-gevoel en krijgt die meteen alle nodige info.

Tip
Het VGTC helpt museumpersoneel graag op weg met een basis visuele en gebarentalige communicatie. Ontdek de workshop hier. Deze is ook onderdeel van de samenwerking met de musea, waarover je hier meer leest.

Kennis, bewustzijn en expertise in het museumteam

Wil je als team structureel aan inclusie werken? Zorg er dan voor dat je kennis opdoet over hoe je een inclusieve beleving voor dove en slechthorende bezoekers kan garanderen. 

Want toegang tot informatie is één ding, maar je kan als museum een stap verder gaan door bijvoorbeeld dove en slechthorende medewerkers met kennis van Vlaamse Gebarentaal en expertise rond toegang tot informatie in de brede zin in je team op te nemen. Zo versterk je zowel je inclusiewerking als je publiekswerking. Naast het vervullen van een vast takenpakket, brengen zij een waardevol perspectief en zijn ze een belangrijke schakel in de communicatie met dove en slechthorende bezoekers.

Er bestaan ondersteuningsmaatregelen voor de tewerkstelling van personen met een handicap. Door daarin te investeren toon je als museum je maatschappelijke verantwoordelijkheid én bouw je aan een sterker, diverser team dat het aanbod beter afstemt op alle bezoekers. Zo investeer je niet alleen in inclusie, maar ook in de duurzame toekomst van het museum.

Musea die co-creatie toepassen en samen met dove en slechthorende mensen aan de slag gaan, bouwen niet alleen aan inclusieve bezoeken, maar ook aan warmere relaties met hun publiek. Door dove en slechthorende mensen actief te betrekken als gelijkwaardige partners, krijgen musea inzicht in wat écht werkt en nodig is: duidelijke visuele informatie, een kwalitatief aanbod in Vlaamse Gebarentaal, interactieve communicatievormen en rustige, visueel sterke ruimtes. Met co-creatie ontstaat geen oplossing ‘bedacht voor’, maar wel ‘gemaakt met’ de gemeenschap. Het resultaat? Tentoonstellingen die niet alleen begrijpelijk zijn, maar ook herkenbaar en uitnodigend. Zo worden musea inclusieve plekken waar dove en slechthorende mensen zich écht gezien en betrokken voelen.
Wil je hier verder induiken? Doof Vlaanderen ondersteunt musea via vorming en consultancy. Meer daarover lees je hier. Deze maakt ook deel uit van de samenwerking met de musea, waarover je hier meer informatie vindt.

Iedere bezoeker is anders. Taalvaardigheid, voorkeuren, achtergrond en noden variëren. 

De sleutel tot een inclusief museumbezoek is dus keuzevrijheid. Door informatie aan te bieden in Vlaamse Gebarentaal, eventueel International Sign, Nederlands en andere geschreven talen, maak je van je museum een plek waar iedereen zich welkom voelt.

Deze tekst werd opgesteld door het VGTC en Doof Vlaanderen en focust op toegang tot informatie van musea. Voor meer informatie over het bredere plaatje rond inclusie van dove en slechthorende mensen kan je een kijkje nemen op de website van Doof Vlaanderen.  www.doof.vlaanderen

Bronnen

Kusters, A. (2024). ‘International Sign: Nature and Nomenclature’. Annual Review of Linguistics 11, 53-71.
Van Damme, A. (2022). toegang tot informatie van musea voor Vlaamse, gebarentalige dove en slechthorende personen: het Gents Universiteitsmuseum (GUM) als onderzoekscase [masterproef]. Gent: Universiteit Gent.

Scroll naar boven